About

TESSA  DE  SWART

Als je onversneden passie wilt, dan moet je bij Tessa de Swart (1984) zijn. Bij haar geen rem op de expressie. Door haar eigen emoties schaamteloos te etaleren appelleert ze aan onze eigen schaamte.Wie haar werk bekijkt kan enige gêne niet onderdrukken. Alles schreeuwt onvermogen. De behoefte aan geborgenheid is groot, maar dezewordt niet ingelost: Hou me vast, bevrij me, neem me mee, drink me, vertrouw me" is in haar werk te lezen. Alle sluizen staan open. Tessa de Swart krast haar kreten op papier, kalkt haar verlangen op bruggen en straten, schrijft als een dolle van zich af. Overdrijft, overschrijft zichzelf, cijfert zich weg, dringt zich op. De verleiding, het hart, de zee, het lijf, de pijn, de hoop, het komt allemaal voorbij. Maar je voelt dat het een hopeloze zaak is, en dat maak dit werk ook zo schrijnend. Gelukkig is haar wanhoop van een ontroerende eerlijkheid. En van een naïviteit

die soms ook wel enige ironie doet vermoeden. Hoewel zij beeldende kunst maakt, lijkt tekst de belangrijkste geleider te zijn van haar emoties. je kunt gemakkelijk afhaken op deze vorm van ongebreideldheid, maar laten we vooral niet vergeten dat zij een passie openbaart die in veel, zo niet in ieder van ons, aanwezig is, en die wij over het algemeen weten te bedekken met een fraai laagje uiterlijke bedekken. Het werk van Tessa de Swart is daarmee ook een herkenbare ode aan het menselijke defect. 


Tekst: Meta Knol, directrice museum De Lakenhal, Leiden

Mijn gedichten zijn regelmatig te horen bij De Staat van Stasse op radio 2



https://www.nporadio2.nl/destaatvanstasse


https://soundcloud.com/tessadeswart


http://tessadeswart.blogspot.com/




interview in Marie-Claire juli 2019

‘Ik vind het vals’, stond er deze zomer in gigantische gele krijtletters op de brug over het Galgewater, ‘dat mensen denken dat liefde te maken heeft met kaarslicht en twee’. Onder dat laatste woord stond een streep, en daaronder ‘Afz. Tessa’.
Het duurde enkele dagen voordat die wanhopige hoofdletters waren weggewassen, maar ze drukten een zelden besproken waarheid uit: liefde heeft betrekkelijk weinig te maken met het getal 2.
Er verschenen meer teksten in hetzelfde handschrift op die brug; meestal aan de kant die gekeerd is naar het geboortehuis van Rembrandt en een enkele keer aan de kant van Molen de Punt. ‘Ik wacht hier wel even op jou’, meldde Tessa in juli. ‘Ik wacht hier nog wel even. Ik wacht hier nog wel even op jou. Even een heel leven.’ En een paar weken later: ‘Kut klote liefde. Lelijke hoeren. Wijn. 45 kilo jankend vlees. Meer ben ik niet waard.’
Daarna bleef het stil tot er twee weken geleden een nieuwe tekst verscheen. ‘Love me. Laat me nie. Laat me niet in de steek. Maar je hebt het zeker druk.’ Alweer die gele hoofdletters over het hele wegdek. Door de eerste drie zinnen stond een kruis. Het regende dagenlang niet, de tekst vervaagde door de mensen die er overheen fietsten.
Aan iedere Leidse stoeptegel kleeft een gedicht. Wie op het hoekje van de Hooigracht en de Nieuwe Rijn staat en niet aan denkt aan de vriend van Piet Paaltjes (1835-1894) die ‘zwoer dat hij zijn leven lang mijn boezemvriend zou zijn’, kan daar op zijn minst de steen lezen die Minerva er in 1987 liet aanbrengen met die tekst. En op het tolhuis tegenover Tessa’s teksten staat al lang een Fries gedicht van Pieter Jelles Troelstra (Maaie op it iis).
Maar die brug over het Galgewater is natuurlijk de meest romantische plek in Leiden, met die stijle punt waarover fietsers nauwelijks heenkomen, waarna ze zich naar beneden moeten laten vallen. Waarom heeft in al die eeuwen niemand er nog aan gedacht om daar haar dagboek op te kalken?
Wie is Tessa? Dat is niet moeilijk uit te vinden: er staan foto’s van de brug op het weblog van Tessa de Swart (tessadeswart.blogspot.nl), een 30-jarige kunstenares die zich ook elders manifesteert als een obsessief schrijfster van het soort teksten dat de meeste mensen liever voor zich houden.
Handgeschreven brieven aan een dichter bijvoorbeeld (‘Beste meneer Nasr,... Men moet scherp en strijdvaardig blijven... Voor een goede en eerlijke strijd heeft men een waarde vijand nodig. U beste meneer Nasr bent mijn vijand.’) en aan instellingen van hoger onderwijs (‘Geachte Rijksacademie, Het is belangrijk dat jullie me aannemen op jullie prestigieuze kutinstituut’). Sommige tekst is doorgekrast of uitgegumd, er is weer andere tekst overheen geschreven.
Maar het Galgewaterdagboek is De Swarts meesterproef. Ik neem aan dat we het deze winter moeten missen, wanneer de brug weer permanent onder een dikke laag zout bedekt zal zijn die de passerende wandelaar voor uitglijden moet behoeden.
Nog maar een paar maanden en het is weer voorjaar en kunnen we op de brug de laatste berichten vinden uit het land van wanhoop en liefdesverdriet.


Marc van Oostendorp
is hoogleraar fonologische microvariatie